Wandelen, een middag vanuit de thuisinzet

Column Wandelen; “Een middag vanuit de thuisinzet”
Met goedkeuring van de auteur Trudy ten Have geplaatst

Een keer in de week een uur wandelen, dat is wat Lydia wil. Haar man wordt thuis verpleegd. 24 uur per dag. Dit betekent dat hun huiskamer is ‘verbouwd’, de logeerkamer bezet is en dat er continu een ‘vreemde’ in huis is. Deze speciale verpleging rond het levenseinde is natuurlijk heel fijn, maar Lydia moet eraan wennen dat alles anders is in huis. Hún thuis, dat altijd een veilige haven was, waar ze samen kapitein waren. Nu dobberen ze rond en niemand weet hoelang het duurt.

Lydia had aan de coördinator gevraagd of de vrijwillige terminale thuiszorg ook voor haar als naaste is bestemd. Ze wil regelmatig even naar buiten, uit de sfeer. Wekelijks een wandeling om op te laden. ‘Bijtanken’ noemt ze dat. En dan wil Lydia graag met iemand afstemmen, haar gedachten op een rij zien te krijgen. De coördinator dacht aan een match met mij.

Ik wacht bij de ingang van het appartementencomplex waar Lydia woont. Ik weet natuurlijk niet hoe ze eruitziet en heb een beetje een ‘date-gevoel’. In feite ís het een soort date: bij zo’n eerste afspraak tasten we af of er een klik is.

Een vrouw komt om zich heen kijkend het complex uit gelopen. Aan onze zoekende blikken en aan onze wandelschoenen herkennen we elkaar. We schudden handen, kijken elkaar in de ogen en ik voel rust. Als vanzelf bewegen we richting de recreatieplas. Wat onwennig en aftastend starten we ons eerste rondje. Lydia vertelt over haar situatie, ik vertel iets over mezelf. We praten en lopen de tijd weg. Tenminste: Lydia praat. In de afgelopen weken is haar leven drastisch veranderd. Bij een routineonderzoek bleek haar man ernstig ziek en het was direct duidelijk dat de artsen de ziekte niet konden verhelpen. De schok was groot. Met de dag veranderde de situatie. Het gedrag van haar man veranderde ook. Het is allemaal nauwelijks te bevatten. Lydia leeft met de dag. Ik luister en probeer me haar situatie voor te stellen. Dat lukt niet goed, maar het hoeft ook niet te lukken. Het is voldoende dat ik luister en dat ik me afstem op Lydia.

Opeens staan we weer in haar straat. Lydia hoeft er niet over na te denken. Volgende week wil ze weer. Zelfde tijd, zelfde plaats. Tenzij…

De keer daarna is de lucht betrokken. We nemen de gok. Halverwege vallen er spetters. Teruggaan heeft geen zin. Doorlopen ook niet. Van het pad af schuilen we bij een groep wilgen. We praten gewoon door. De regen glijdt over onze jassen het gras in. En in die druilerige toestand, met onze capuchons als afdakjes, komen we dichter tot elkaar.

Elke week doen we ons ‘rondje plas’. Linksom of rechtsom. Het maakt niet uit. We praten, lopen en genieten intussen ook van de natuur. De plas zorgt voor bijzondere achtergrondmuziek. En wanneer we op een bankje zitten en zonder woorden zijn, geeft de plas ons unieke beelden.

Met de week wordt de situatie van de man van Lydia slechter. Onze gesprekken worden serieuzer, meer verdiepend. Of we op koers lopen, weten we niet. We weten wel wáár we zullen uitkomen, maar wanneer…

In de achtste week appt Lydia dat onze wandeling niet doorgaat. Twee dagen later zie ik de overlijdenskaart met op de voorkant een foto van haar mooie kapitein. De eerste en de laatste keer dat ik hem zie. Zijn reis is geëindigd. Op zijn eigen verjaardag.

De inzet van een vrijwilliger thuis is gratis, zij bieden hulp en ondersteuning waardoor de partner of familie even op adem kan komen. Wilt u meer weten? Dan kunt u contact zoeken via 0297-540536 en vragen naar de coördinator van ThamerThuis.
Mailen kan ook naar: info@thamerthuis.nl